Francorchamps (1969-1970-1972-1976)
Het was 1969 en ik had zomervakantie. Met Marcel Slag werd het plan gemaakt om naar de Grote Prijs van België op het roemruchte circuit van Francorchamps te gaan. Vanaf de twintiger jaren worden in de driehoek Francorchamps–Malmedy–Stavelot auto- en motorraces gehouden. Een supersnel circuit over gewone wegen dat ook nog door het gehucht Masta gaat. Tot aan 1979 en toen is er een echt racecircuit van gemaakt dat bij Francorchamps het oorspronkelijke traject nog steeds volgt. Ik was nog maar zelden in het buitenland geweest. Een dagtochtje vanuit Delfzijl naar het Duitse Waddeneiland Borkum, met kennissen van mijn moeder naar het net over de grens gelegen Bentheim dat een mooi oud kasteel heeft en een schoolreisje naar het iets verderop gelegen Tecklenburg, waar ik voor het eerste “bergen” zag.

het circuit en de plekken waar ik de wedstrijden zag
Het laatste stuk werd met de bus gedaan. De tent konden we in een weiland vlak bij start en finish opzetten. Boodschappen deden we in een klein winkeltje in Francorchamps. Het was geen zelfbediening en in ons beste schoolfrans deden we de bestellingen. "Beurre" vroegen we en we kregen een plak echte boter in een papiertje gewikkeld i.p.v. een bakje margarine wat we eigenlijk wilden. De boter smolt uiteraard in de tent toen de zon er op scheen en dreef van het vetvrije papiertje af op ons grondzeil. Op de wedstrijddag stonden we vroeg op en installeerden ons achter een dikke muur net na de start en naast de hoofdtribune. Eerste rang stonden we en konden de races goed volgen. Maandag weer met de bus naar Spa en toen met de trein via Aken weer naar ons eigen Nederland. Ik herinner me nog dat Marcel een fles Whisky meenam (hij was helemaal weg van Amerika en is na zijn studie ook naar de Verenigde Staten geëmigreerd en schijnt daar advocaat geworden te zijn) en ikzelf had een fles jenever mee.
programmaboekje 1969
Het waren de jaren van de tienertoer. Voor 20 gulden mocht je als jeugdige onder de twintig jaar 8 dagen onbeperkt reizen met de trein door Nederland. De vader van Marcel was kleermaker en had zelf een tent gemaakt. Het was een eenvoudige tent die aan de onderkant open was. Je legde een zeil op de grond en daar bovenop werd de tent geplaatst. Als het maar niet te hard waaide was het best te doen. Met de trein bereikten we probleemloos het laatste station in Nederland, Eijsden. Van daaruit zouden we gaan liften en al snel weren we opgepikt door iemand die ons tot Visé bracht. Een ritje van ongeveer 10 kilometer. Daarna lukt het niet meer om verder te komen en we besloten met de trein te gaan. Vanuit Visé naar Luik. Overstappen op de trein naar Verviers en vandaar verder naar Spa.

snelheidstabel
programmaboekje 1970

toegangskaartje
In 1970 werd weer afgereisd naar Francorchamps. De GP van België werd ook wel de GP van Zuid Nederland genoemd omdat er vooral Nederlandse toeschouwers op af kwamen. Het werd altijd een week na de TT van Assen gehouden (GP van Noor Nederland). Met de tienertoerkaart naar Kerkrade en vandaar met de bus naar Stavelot met nog een overstap in Malmedy. Fred van Hessen, die mee was en uit een enthousiaste motorfamilie kwam, had een adresje van een boer die aan het circuit woonde aan het begin van de snelle bocht bij Stavelot. Vanaf de hooizolder keken we het rechte eind richting Masta af en konden de coureurs de lange, snelle rechterbocht in zien racen. We sliepen daar ook met een aantal (maar wie dat verder waren kan ik me niet meer herinneren) op de hooizolder. Het was een beetje vreemde gewaarwording want het ontbrak daar in de buurt aan een geluidsinstallatie dus je wist van niets en werd nergens van op de hoogte gehouden. Kan me ook niet herinneren dat ik iemand op de oude boerderij gezien heb. Op zaterdagavond wandelend naar het dorpje Stavelot dat zo’’n anderhalve kilometer verderop lag en wat bier gedronken uit die typische Belgische bierglazen.
In 1971 kon een bezoek aan Francorchamps niet doorgaan omdat ik bij de TT van Assen een weggegooid bierflesje op mijn achterhoofd had gekregen halverwege het wedstrijdprogramma. Tegen het eind van de dag werd ik met een brancard opgehaald en naar het noodhospitaal onder de hoofdtribune gebracht. Hierbij moest twee keer het circuit overgestoken tijdens de laatste race. In een ambulance met loeiende sirene, want na afloop was het zo druk dat de bijrijder in de ziekenauto tegen de chauffeur zei "zet de pieper d’r maar op, Jan” om zo wat ruimte op de weg te krijgen. Met een licht hersenschudding moest ik twee weken rustig blijven liggen thuis.
In 1972 ben ik op de bromfiets gegaan vanuit Almelo. In het programmaboekje staat de tijd die ik erover deed. Vertrokken om 4.40uur kwam ik om 15.15 uur aan in Francorchamps. Onderweg ergens in Limburg nog een lekke band gehad die ik in een autogarage heb kunnen plakken. Rijden over het circuit, dat gewoon openbare weg was als het niet gebruikt werd, gezocht naar een plekje om te kamperen. Aan het begin van de lange bocht bij Burnenville was er direct aan de baan een kleine kampeerplaats bij een boerderij met minimale sanitaire voorzieningen. Dicht op elkaar stonden de tentjes van de motorliefhebbers tussen de koeienvlaaien. De eerste avond op mijn Puch een rondje over het 14.1 kilometer lange circuit gereden (zal er ongeveer 20 minuten over gedaan hebben). Terug bij de tent in een klein cafeetje vlakbij nog een biertje gedronken. Daar werd ik door een stel echte motorkerels aan hun tafeltje uitgenodigd, want zo’n jongen alleen vonden ze een beetje zielig (toen ik de volgende dag een meisje bij me in de tent had waren ze ineens een stuk sarcastischer). De terugreis ging sneller en legde ik in 8 uur af (vertrek 8.30uur - aankomst 16.30uur). Mijn vriendin Hetty Franken kwam per trein naar Spa en heb ik daar van het station opgehaald.

programmaboekje 1972

biertje halen

Hetty Franken

primitieve sanitaire omstandigheden

programmaboekje 1976

toegangskaartje

onze campingplek

het was mooi weer

Stavelot

250cc

zijspannen

stuntman Dave Taylor

In 1976 met Cobi in haar auto, een Fiat 127, naar Francorchamps. Vanuit Almelo waren we om 8.30uur vertrokken en de reis ging via Aalten, Krefeld en Aken en na 290 kilometer waren we om 13.30uur in Malmedy. In de training zijn we eerst gaan kijken Stavelot en daarna terug naar een plek bij het uitkomen van de lange doorgaande bocht bij Malmedy. In een weiland langs het parkoers de tent opgezet. Er was verder geen enkele voorziening daar en dat was ook te zien aan wat er allemaal in de struiken aan de rand van het weiland lag, maar met de stank viel het mee. In de training mocht je nog direct achter het prikkeldraad van het weiland dicht tegen het circuit aan staan, maar op de zondag werd er door een official een denkbeeldige lijn verderop in het weiland getrokken waarachter het publiek moest blijven. De coureurs kwamen toch volgas en op topsnelheid deze bocht door. Op de zaterdagavond, na de trainingen en toen het circuit weer gewoon openbare weg was, liepen wij langs de baan richting de plek liepen waar ik 4 jaar eerder geweest. Veel gewoon verkeer op de weg, maar ook motorrijders die dachten dat ze coureur waren. Er liep ook een man met een brommertje aan de hand, waarschijnlijk met pech. Even later passeerde ons een Moto Guzzi die wel zo onwijs hard reed en een seconde later een knal en schurende geluiden. De man met brommer had de weg over willen steken en was aangereden door de Moto Guzzicoureur. We zijn maar doorgelopen en zagen later in het hoger gelegen Burnenville, waar ik dus in 1972 was geweest, ambulances en politie staan op de plek des onheil. De sporen van het ongeluk waren de volgende dag nog goed te zien op de weg. In de Nederlands kranten van maandag niets kunnen vinden van de afloop. Alleen een algemene opmerking dat er ieder jaar veel ongevallen zijn.
De races verliepen zonder problemen en de snelste ronde van de dag ging naar de winaar van de 500cc, John Williams, met een gemiddelde van 218.288km/u.
(absoluut record: Johnny Cecotto in 1978: 3.48.6 222.4km/u). De terugweg ging via Maastricht en was 335 kilometer lang en we deden er net geen vijf uur over zodat we om kwart voor elf ’s avonds terug in Almelo waren.

Na 1976 geen motorraces meer bezocht in Francorchamps. In mei 2003 waren we een weekje met vakantie in Vielsalm (zo'n 25 kilometer verderop) en zijn we op vrijdagmorgen even bij de trainingen van de DTM aoutorace gaan kijken. We konden ook het rennerskwartier in en het was leuk om terug te zijn. Daags ervoor in Stavelot een museum bezocht dat een collectie oude racewagens en oude racemotoren heeft.
Francorchamps 2003

Jaarlijks vindt er een groot classicevenement plaats (in 2010 van 11 t/m 13 juni met diverse ex-wereldkampioenen) en dat lijkt me nou leuk om eens te bezoeken.
Klik hier voor website Bikersclassics.

TERUG